Structurele omslag nodig
KCE pleit voor geïntegreerde aanpak chronische pijn
KENNISCENTRUM Chronische pijn treft naar schatting ongeveer één miljoen Belgen en heeft een zware impact op de levenskwaliteit van de patiënt en op de samenleving. Toch blijft de zorg vaak versnipperd en te sterk biomedisch gericht. In een nieuw syntheserapport schuift het KCE negen actiedomeinen naar voren om de multimodale aanpak van chronische pijn structureel te verbeteren.
De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) erkent chronische pijn – pijn die langer dan drie maanden aanhoudt – sinds enkele jaren als een volwaardige aandoening. Ondanks die omvang blijft de zorg voor deze patiënten vaak ontoereikend, zo stelt het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) in zijn recente syntheserapport.
Volgens het KCE is een paradigmaverschuiving noodzakelijk. De klassieke, sterk biomedische benadering – gericht op diagnose, beeldvorming en medicamenteuze of invasieve behandeling – volstaat niet voor een aandoening die het resultaat is van een samenspel van biologische, psychologische en sociale factoren. Internationale evidentie toont aan dat een multimodale aanpak, met aandacht voor educatie, beweging, psychologische ondersteuning, sociale context en zelfmanagement, betere en duurzamere resultaten oplevert.
Moeilijk te realiseren
In België blijft die aanpak echter moeilijk te realiseren. Het rapport wijst op meerdere structurele knelpunten. Zorgverleners zijn niet altijd voldoende opgeleid in het biopsychosociale pijnmodel. Patiënten verwachten vaak een snelle medische oplossing en ervaren frustratie wanneer die uitblijft. Daarnaast is de zorg sterk versnipperd zonder duidelijk zorgpad. Daardoor belanden patiënten vaak laat in gespecialiseerde pijncentra, terwijl vroegtijdige interventie cruciaal is om chroniciteit te voorkomen.
Het KCE schuift daarom negen actiedomeinen naar voren die samen de basis moeten vormen van een hervormd pijnbeleid. Centraal staat een persoonsgerichte aanpak, waarbij de noden en doelen van de patiënt richtinggevend zijn. Het rapport pleit voor een modulair zorgpad dat al in de subacute fase kan worden ingezet, met een duidelijke rol voor de eerstelijnszorg. Huisartsen en eerstelijnsprofessionals moeten daarbij ondersteund worden door gespecialiseerde netwerken en pijncentra, die zich kunnen concentreren op complexe en therapieresistente casussen.
'Centraal staat een persoonsgerichte aanpak, waarbij de noden en doelen van de patiënt richtinggevend zijn'
Multidisciplinaire samenwerking
Interprofessionele samenwerking is een tweede sleutelthema. Multidisciplinaire consultaties en lokale samenwerkingsverbanden moeten de norm worden, eerder dan de uitzondering. Ook opleiding krijgt een prominente plaats. Het KCE benadrukt dat pijnzorg structureel geïntegreerd moet worden in basisopleidingen en permanente vorming van artsen, verpleegkundigen, kinesitherapeuten, psychologen en andere betrokken zorgverleners.
Een belangrijke rem op verandering is het huidige financieringssysteem. Dat beloont vooral technische prestaties en individuele consultaties, terwijl multimodale pijnzorg net tijdsintensief is en inzet op overleg en samenwerking. Het KCE pleit daarom voor aangepaste financieringsmodellen, in lijn met lopende hervormingen van de nomenclatuur en ziekenhuisfinanciering, die ruimte laten voor geïntegreerde zorg.
Vaak onzichtbaar
Daarnaast vraagt het rapport aandacht voor betere dataverzameling en onderzoek, publieke sensibilisering en politieke verankering. Chronische pijn blijft vaak onzichtbaar, zowel voor de samenleving als voor beleidsmakers. Om daar verandering in te brengen, stelt het KCE onder meer de oprichting van een multi-actorenwerkgroep en de uitwerking van een nationaal pijnactieplan voor. Die moeten zorgen voor samenhang tussen initiatieven, over zorglijnen en bevoegdheidsniveaus heen.
Het rapport maakt duidelijk dat chronische pijn geen nicheprobleem is, maar een belangrijke volksgezondheidsuitdaging. Met zijn negen actiedomeinen reikt het KCE een concrete routekaart aan voor een meer humane, effectieve en duurzame pijnzorg. De uitdaging ligt nu bij beleidsmakers en zorgverleners om deze aanbevelingen om te zetten in praktijk en zo de levenskwaliteit van patiënten met chronische pijn daadwerkelijk te verbeteren.
Wat betekent dit voor u?
- Vroeg herkennen en kaderen van pijn: Het KCE benadrukt het belang van een snelle omslag naar een biopsychosociaal pijnmodel, liefst al in de subacute fase. Voor huisartsen en specialisten betekent dit: chronische pijn tijdig benoemen, realistische verwachtingen bespreken en vermijden dat patiënten blijven hangen in louter diagnostische trajecten.
- Meer samenwerking, minder eilandzorg: Multimodale pijnzorg vraagt nauwere samenwerking tussen huisarts, specialist, kinesitherapeut, psycholoog en andere disciplines. Het rapport ondersteunt een gedeelde verantwoordelijkheid, waarbij pijncentra zich vooral richten op complexe casussen en de eerste lijn een centrale coördinerende rol behoudt.
- Andere manier van werken, nog onvoldoende ondersteund: Consultaties rond chronische pijn vergen tijd, overleg en educatie, maar het huidige financieringsmodel beloont die inspanningen onvoldoende. Het KCE-rapport biedt artsen een beleidsmatig onderbouwd kader om die noden expliciet te maken in overleg met ziekenfondsen en overheid.
Negen actiedomeinen
- Persoonsgerichte aanpak
- Zorgpad
- Publieke bewustwording
- Professionele samenwerking
- Financiering
- Dataverzameling en onderzoek
- Multi-actorengroep
- Opleiding van professionals
- Nationaal actieplan