Medicatiegebruik bij zwangerschap vaak niet volgens richtlijnen, vaccinatie blijft achter
Bijna alle zwangere vrouwen in België gebruiken tijdens hun zwangerschap minstens een geneesmiddel, maar dat gebeurt nog vaak niet volledig volgens de geldende richtlijnen. Dat blijkt uit nieuw onderzoek op basis van het BELpREG-zwangerschapsregister van de KU Leuven.

Uit de gegevensanalyse van meer dan 2.000 deelnemers blijkt dat ruim 85 procent van de vrouwen medicatie gebruikt in het eerste trimester, een aandeel dat oploopt tot bijna 95 procent in het derde trimester. De meest gebruikte geneesmiddelen zijn paracetamol, doorgaans voor kortdurend gebruik, en doxylamine-pyridoxine, een middel tegen zwangerschapsmisselijkheid.
Volgens de onderzoekers is het geruststellend dat het gebruik van potentieel schadelijke medicatie zeldzaam blijft. Ook neemt nagenoeg elke zwangere vrouw foliumzuur, dat aangeboren afwijkingen helpt voorkomen. Toch volgt slechts zes op de tien de aanbevelingen om tijdig voor de zwangerschap te starten en het gebruik voort te zetten tot minstens het einde van het eerste trimester.
De vaccinatie tegen kinkhoest, die voor alle zwangere vrouwen wordt aanbevolen, blijft echter onder de verwachtingen. Ongeveer twee derde van de deelnemers zegt gevaccineerd te zijn.
Het BELpREG-register verzamelt gegevens via vierwekelijkse vragenlijsten waarin vrouwen zelf hun medicatiegebruik rapporteren. Daardoor worden ook vrij verkrijgbare geneesmiddelen, vitamines en supplementen in kaart gebracht. De onderzoekers wijzen er wel op dat de resultaten mogelijk niet volledig representatief zijn voor alle zwangere vrouwen in België, aangezien de huidige deelnemersgroep voornamelijk bestaat uit hoogopgeleide, Nederlandstalige vrouwen met een beperkte diversiteit.
Met het onderzoek willen de onderzoekers meer inzicht krijgen in veilig geneesmiddelengebruik tijdens de zwangerschap. Zwangere vrouwen in België worden daarom aangemoedigd om deel te nemen aan het register.