Nieuwe DNA-test identificeert gemakkelijker daders seksueel geweld
UZ Leuven heeft samen met KU Leuven een nieuwe techniek ontwikkeld waarmee daders van seksueel geweld gemakkelijker kunnen worden geïdentificeerd, zelfs wanneer er amper biologisch bewijsmateriaal aanwezig is. Vooral voor slachtoffers die pas na enkele dagen aangifte doen is de nieuwe test een doorbraak.

Wanneer een slachtoffer van seksueel geweld zich meldt bij de politie of medische diensten, worden stalen afgenomen voor forensisch onderzoek. Deze stalen bevatten meestal een mengeling van cellen van zowel het slachtoffer als de dader. Om een DNA-profiel van de dader te maken moeten onderzoekers de spermacellen scheiden van de vaginale cellen van het slachtoffer; een proces dat met de huidige technieken niet altijd lukt, zeker niet wanneer er maar weinig spermacellen aanwezig zijn. In zulke gevallen kan er soms geen bruikbaar DNA-profiel van de dader worden opgesteld. Vooral bij slachtoffers die pas na enkele dagen aangifte doen, is de kans op een bruikbaar spoor klein.
Nieuwe techniek biedt kansen
De Leuvens onderzoekers hebben met hun nieuwe techniek, SpermFACS genoemd, echter een belangrijke doorbraak gerealiseerd, waarbij de onderzoekers gebruikmaken van fluorescence-activated cell sorting (FACS), een technologie die individuele cellen kan herkennen en selecteren. Een speciale vloeistof doet alleen de cellen van de dader oplichten. Daarna sturen ze het staal door een FACS-toestel, een uiterst nauwkeurige sorteermachine van de KU Leuven. De machine herkent de lichtgevende cellen en vist ze er één voor één uit, waardoor het DNA van de dader volledig zuiver wordt gescheiden van dat van het slachtoffer.
'Onze nieuwe test kan een wezenlijk verschil maken voor slachtoffers, zowel in het kader van gerechtelijke vervolging als voor hun gevoel van erkenning en rechtvaardigheid' - prof. dr. Bram Bekaert
SpermFACS is volgens de bedenkers vijf tot zeven keer gevoeliger dan de huidige standaardmethodes. De test werkt zelfs als er tegenover één cel van de dader maar liefst 7.500 cellen van het slachtoffer staan. Waar klassieke technieken vaak geen bruikbaar mannelijk DNA meer opleveren na 48 uur, slaagt de nieuwe technologie erin om DNA-profielen te verkrijgen tot minstens vijf dagen na het seksueel contact, wat de kans op een dader-match aanzienlijk vergroot. De techniek biedt ook mogelijkheden in complexe zedendossiers, zoals wanneer er sprake is van meerdere daders.
SpermFACS wordt niet gepatenteerd
"In de praktijk melden veel slachtoffers zich niet onmiddellijk aan bij politie of medische diensten. Ze zijn in shock, voelen schaamte of angst of er zijn praktische drempels. Als het forensisch onderzoek dan dagen later plaatsvindt, bevat het biologisch bewijsmateriaal vaak onvoldoende informatie. Onze nieuwe test kan een wezenlijk verschil maken voor slachtoffers, zowel in het kader van gerechtelijke vervolging als voor hun gevoel van erkenning en rechtvaardigheid", zegt prof. dr. Bram Bekaert, specialist forensische genetica in UZ Leuven.
SpermFACS is door de onderzoekers niet gepatenteerd, zodat ook andere centra en labo's wereldwijd er gebruik van kunnen maken. De onderzoekers hopen zo dat de technologie in de toekomst breed ingang zal vinden in forensische laboratoria en een structurele impact zal hebben op de aanpak van seksueel geweld.
De onderzoekers werken intussen al aan de volgende stap; de technologie verkleinen via microchips, zodat analyses sneller en goedkoper kunnen verkopen. Ook wordt er gekeken of de methode gebruikt kan worden voor contactsporen op andere bewijsstukken, zoals DNA-sporen op kledij of voorwerpen.