Therapieresistente depressie: enkele cijfers en handvatten
Zo goed als iedereen schrikt wanneer iemand zelf uit het leven stapt omwille van ondraaglijk psychisch lijden. Vaak gaat het om (soms nog jonge) mensen die op het eerste gezicht alles hebben om gelukkig te zijn, en toch is het leven voor hen te zwaar om verder te gaan. Hoe kunnen we patiënten met suïcidaliteit of een majeure depressie (beter) helpen? En wat als de klassieke aanpak niet aanslaat?
Wat is er meer schrijnend dan iemand die in alle eenzaamheid beslist om een einde aan het leven te maken? Omdat het leven op zich te zwaar is, omdat het leven een dagelijkse strijd is geworden tegen een ondraaglijk psychisch lijden. En hoewel de suïciderate in België tussen 2012 en 2022 significant daalde, is er geen reden tot juichen. In 2022 overleden in België 1.796 personen door zelfdoding, wat neerkomt op vijf suïcides per dag.(1,2) Opvallend is dat mannen bijna 70% van die suïcides uitmaken. En ook: wanneer de suïcidecijfers in kaart worden gebracht voor België en buurlanden, dan staat België bovenaan (m.u.v. Frankrijk van 1986 tot 1993).
Depressie als hoofdoorzaak
Zelfdoding is het meest dramatische gevolg van een depressie. Volgens Frans onderzoek zou 5 tot 20% van de depressieve patiënten tot suïcide overgaan.(3) Bij een depressieve episode zou het risico op een poging 21 keer zo groot zijn, en bij een gedeeltelijke remissie vier keer zo groot als bij een volledige remissie.
Uit dezelfde studie bleek ook dat slechts 25% van de depressieve patiënten een adequate behandeling kreeg en dat een groot deel zelfs geen antidepressiva gebruikte.
Belangrijk hierbij is dat het doel van mensen die suïcide plegen niet het sterven is, maar dat ze een einde willen maken aan het lijden dat zij ondraaglijk vinden. Zelfdoding lijkt voor hen dan de enige manier om dit lijden te stoppen.
Therapieresistentie
Het is algemeen bekend dat majeure depressie (MDD) een grote belasting vormt, zowel voor de patiënt zelf als voor zijn of haar naaste omgeving, en vanuit economisch perspectief ook voor de maatschappij. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is MDD de grootste individuele oorzaak van verlies aan gezonde levensjaren, en dit lijkt sinds de covid-19-pandemie te zijn toegenomen.
Hoewel het niet of onvoldoende reageren op eerstelijnsbehandelingen geen uitzondering is, bestaat er momenteel geen universeel aanvaarde definitie voor therapieresistente depressie (TRD), wat het zeer moeilijk maakt om de prevalentie juist in te schatten. De US Food and Drug Administration (FDA) en het Europees Geneesmiddelenagentschap (EMA) spreken van een TRD wanneer er onvoldoende respons is op ten minste twee antidepressiva, ondanks een adequate behandelperiode en goede therapietrouw.
Volgens recente schattingen zou ten minste 30% van de mensen met MDD hieraan voldoen.(4) Wanneer strengere criteria worden gehanteerd en er rekening wordt gehouden met de uitkomst van behandeling, namelijk symptomatische remissie, loopt dat percentage zelfs op tot 55%.
'Het ontbreken van een uniforme definitie van therapieresistente depressie leidt tot een zeer heterogene aanpak'
Heterogene aanpak
Het ontbreken van een uniforme definitie leidt tot een zeer heterogene aanpak, gaande van psychofarmaca tot neurostimulatie en psychotherapie.
Daarbij komt dat lang niet iedereen behandeld wordt. In de eerstelijnszorg zou naar schatting 10 tot 15% van de patiënten klinische symptomen van MDD vertonen, de helft daarvan wordt ook als dusdanig gediagnosticeerd en daarvan krijgt ongeveer 25% antidepressiva voorgeschreven, waarvan de meerderheid de therapie voortijdig staakt.(4)
Mogelijke pistes
Bij TRD kunnen verschillende strategieën worden toegepast (4):
- De huidige therapie langer aanhouden vooraleer te besluiten dat er geen resultaat is: studies tonen dat ongeveer 20% van de patiënten pas resultaat boekt na vijf tot acht weken behandeling, bij 10% is dat zelfs maar na negen tot twaalf weken.
- Van antidepressivum veranderen: dit heeft vaak onvoldoende effect, en het nieuwe product moet zeker tot een andere klasse behoren.
- Antidepressiva combineren: dit kan voordeel opleveren, zo zal het toevoegen van bupropion aan citalopram bij 39% van de TRD’s remissie geven, dit in vergelijking met 25% wanneer citalopram wordt vervangen door bupropion in monotherapie.
- Ketamine/esketamine starten: van ketamine IV toegediend is geweten dat het snel depressieve symptomen en suïcidale gedachten verbetert bij volwassenen met TRD. Intranasale esketaminespray, gelijktijdig gestart met een antidepressivum, heeft ook een snelle klinisch significante werking getoond bij patiënten met TRD. Zowel ketamine en esketamine verbeteren ook specifieke symptomen zoals anhedonie die bij TRD oververtegenwoordigd zijn.
- Tweede generatie antipsychotica starten: de enige gevalideerde combinatie is olanzapine-fluoxetine in vaste doses.
Neurostimulatie in veel verschillende vormen: repetitieve transcraniële magnetische stimulatie (rTMS) blijkt effectief te zijn en ook elektroconvulsietherapie wordt beschouwd als een doeltreffende interventie, met voorlopige aanwijzingen die suggereren dat het niet-inferieur is aan acute IV ketamine. Nervus vagus stimulatie is ook doeltreffend gebleken na herhaald falen van farmacotherapie, maar moet wel dagelijks worden toegepast.
Ter conclusie: therapieresistente depressie is en blijft een zeer ernstige aandoening met een hoge mortaliteit en morbiditeit. Verschillende therapeutische opties kunnen ingezet worden, maar in de praktijk zien we nog een zeer heterogeen beleid.
Referenties:
1. Rapport: Suïcidaliteit in cijfers 2025. Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie. Rapport-Suïcidaliteit-in-cijfers-VLESP-2025.pdf
2. Rapport 2017 de l’état de santé de la population en France. Les conséquences et effets de la dépression: le risque de suicide. https://www.la-depression.org/comprendre-la-depression/consequences-et-effets-de-la-depression/la-depression-et-le-suicide
3. McIntyre RS, Alsuwaidan M, Baune BT, et al. Treatment-resistant depression: definition, prevalence, detection, management, and investigational interventions. World Psychiatry. 2023 Oct;22(3):394-412. doi: 10.1002/wps.21120.
4. https://www.zelfmoord1813.be/files/PDF-niet-publicaties/Rapport-Suïcidaliteit-in-cijfers-VLESP-2025.pdf