Medisch directeur, en ambassadeur voor mensapen
Hij is er ingevallen als klein jongetje, maar daar houdt de gelijkenis met Obelix op. Prof. Benoît Rondelet trok met zijn grootvader, die destijds als diplomaat in Rwanda werkte, door het tropische woud en keek er voor het eerst een berggorilla in de ogen. Dian Fossey liep met hen mee, laat hij terloops vallen.
Een halve eeuw later vond Rondelet de passie voor de natuurfotografie terug. Als longtransplantatiechirurg en medisch directeur van het CHU UCL Namur had hij tijdens de coronapandemie de verwoestende gevolgen van het virus en veel menselijk leed van dichtbij meegemaakt.
Na nachtelijke operaties vond hij troost in de schoonheid van de natuur bij het ochtendgloren. Hij stortte zich met hart en ziel op de natuur- en dierenfotografie en keerde terug naar Afrika. Eerst naar Namibië, met zijn indrukwekkende landschappen. Daarna volgden de grote trek in Tanzania en de big five in Kenia.
Maar op de achtergrond van die reizen bleef één vraag knagen, die hem telkens weer bij zijn werk als transplantatiechirurg bracht: waarom vinden we het zo moeilijk om organen af te staan?
‘Er zijn heel wat sociologische studies over dat onderwerp. Sommige onderzoekers bestuderen die weerstand en de manier waarop samenlevingen zijn georganiseerd; een aantal van hen kijkt ook naar het gedrag van mensapen’, vertelt Rondelet. ‘De grootste weerstand komt voort uit de angst dat het lichaam na de dood wordt opgedeeld. De behoefte om het lichaam bijeen te houden, om alles wat verspreid raakt weer samen te brengen, zit diep in ons verankerd.’
Talentvolle autodidact
Rondelet raakte verknocht aan de mensapen, met wie we zoveel gemeen hebben. Hij blijft ze fotograferen met zijn Canon en een 500 mm-lens. De chirurg uit Charleroi leerde zichzelf fotograferen en maakte er uiteindelijk zijn tweede beroep van.
‘Ik ben eerst verschillende keren naar Oeganda geweest, daarna naar Rwanda en vervolgens naar Congo. Komende januari reis ik naar Gabon, waar een heel kleine groep laaglandgorilla’s leeft. Ik heb ook orang-oetans gefotografeerd, op Borneo en Sumatra, en deze zomer ben ik naar Maleisië geweest’, vertelt de onvermoeibare reiziger.
Fotograferen vanuit een schuilhut doet hij niet: hij trekt zelf op pad. ‘Chimpansees en bonobo’s zijn heel actief en voortdurend in beweging. Gorilla’s blijven meestal zitten, of leggen in vier uur tijd misschien twintig meter af. Orang-oetans kun je dan weer een hele ochtend volgen. We staan heel vroeg op en zijn rond halfvier ter plaatse. Dan wachten we tot ze wakker worden, zodat ze aan onze aanwezigheid kunnen wennen. Vervolgens wachten we nog twee à drie uur op de zon. Pas om acht of negen uur ’s ochtends kun je behoorlijk beginnen te fotograferen.’
Rondelet won verschillende internationale fotografieprijzen. Hij stelt zijn werk tentoon en verkoopt afdrukken op gerenommeerde festivals voor natuurfotografie. De foto’s worden in Lyon gedrukt op 'fine art'-papier van Canson. Daarnaast geeft hij lezingen.
Momenteel werkt hij aan een fotoboek dat in juni 2027 moet verschijnen. De opbrengst gaat naar M’bou Mon Tour, een Congolese ngo die zich inzet voor de bescherming van bonobo’s en waarvan hij ambassadeur is. ‘Ik deel hun visie op natuurbehoud: je kunt een dier niet beschermen zonder ook zijn leefgebied en de mensen die daar wonen te beschermen. Als mensen geen onderwijs krijgen en niet genoeg te eten hebben, trekken ze het bos in en doden ze apen om te overleven’, legt hij uit.
Als ambassadeur spreekt Rondelet met lokale leiders. Hij probeert met hen af te spreken dat zij zich uit bepaalde bosgebieden terugtrekken en het beheer ervan aan de ngo overlaten. In ruil helpt de organisatie visvijvers aanleggen, ondersteunt ze de voedselteelt en plaatst ze bijenkasten om de bewoners vertrouwd te maken met de bijenteelt. ‘Het is een echt gemeenschapsproject: eerst de lokale gemeenschappen ondersteunen, zodat je ook de oerbossen kunt beschermen. Dat is mijn strijd geworden: de bossen beschermen én de mensen die in verbondenheid met de natuur moeten kunnen leven.’
Rondelet was achttien en zat nog in het laatste jaar van het middelbaar toen hij prof. Georges Primo ontmoette. Deze pionier van de harttransplantatiechirurgie wekte bij hem belangstelling voor de geneeskunde, vooral voor de menselijke kant ervan. ‘Ik ben geen geneeskunde gaan studeren om een technicus te worden. Geneeskunde betekent voor mij zorg dragen voor mensen. Het is eerst en vooral een beroep waarin menselijke relaties centraal staan, en pas daarna een wetenschappelijk beroep.’
Rondelet leerde ook om met de dood om te gaan. ‘Als transplantatiechirurg bevind je je voortdurend op het kruispunt van die twee. De coronapandemie heeft mijn leven sterk beïnvloed. Nadien ben ik me echt bewust geworden van hoe dringend het is om te leven, en van het feit dat de mens deel uitmaakt van de natuur. We staan er niet buiten. Toch hebben we lang gedacht dat we de natuur naar onze hand konden zetten en los van haar konden leven.’
>> Instagram: benoit.rondelet.photography