Europees onderzoek
ADHD: stijging van medicijnvoorschriften bij volwassenen
Het aantal voorschriften voor medicijnen tegen aandachtstekortstoornis (ADHD) is de voorbije vijftien jaar sterk gestegen bij volwassenen in verschillende Europese landen, blijkt uit een onderzoek dat donderdag is gepubliceerd. De studie wijst ook op een geneesmiddelentekort.
"Het gebruik van ADHD-medicatie is aanzienlijk toegenomen bij volwassenen in alle onderzochte landen, met name bij vrouwen" in de periode 2010-2023, besluit het onderzoek dat werd gepubliceerd in The Lancet Regional Health Europe.
"Wij hebben een bevolkingsbrede observationele studie uitgevoerd op basis van elektronische medische dossiers uit vijf Europese landen: België (4.689 deelnemers, nvdr), Duitsland, Nederland, Spanje en het Verenigd Koninkrijk", leggen de hoofdauteurs van de studie uit, allen verbonden aan de Universiteit van Oxford. Zij raamden de prevalentie en incidentie van het gebruik van methylfenidaat, dexamfetamine, lisdexamfetamine, atomoxetine en guanfacine bij personen van drie jaar en ouder.
Een stand van zaken
ADHD – aandachtstekortstoornis, met of zonder hyperactiviteit – wordt vaak ondergediagnosticeerd. Binnen de psychiatrische gemeenschap woeden al jaren felle discussies over de werkelijke prevalentie van de aandoening, die moeilijk te meten is, en over het risico van een te sterk medicatiegerichte aanpak.
De nieuwe studie, gefinancierd door het Europees Geneesmiddelenagentschap (EMA), had niet tot doel om dat debat te voeden of de doeltreffendheid of risico’s van deze behandelingen te beoordelen. Ze wilde vooral een stand van zaken opmaken van de evolutie van de voorschriften om het voorraadbeheer te verbeteren.
Sinds 2023 is er namelijk een wereldwijd tekort van de belangrijkste ADHD-medicijnen – methylfenidaat, dexamfetamine, lisdexamfetamine, atomoxetine en guanfacine, dit wordt verergerd door een toenemende vraag.
De situatie in België
Het gebruik van ADHD-medicatie bij volwassenen is in alle onderzochte landen sterk toegenomen, vooral bij vrouwen. In het Verenigd Koninkrijk steeg de prevalentie bij volwassen vrouwen meer dan twintigvoudig en bij mannen vijftienvoudig. In België verdubbelde de prevalentie bij vrouwen van 25 jaar en ouder van 0,06% in 2015 naar 0,15% in 2022.
"Tijdens de onderzochte periode zagen we een algemene stijging van de prevalentie van ADHD-medicijngebruik in de vijf landen, met de hoogste prevalentie in Nederland", schrijven de onderzoekers. Het Verenigd Koninkrijk noteerde de grootste relatieve stijging (+223,9%), van 0,12% in 2010 naar 0,39% in 2023 (een verdrievoudiging), gevolgd door Nederland, waar de prevalentie verdubbelde (van 0,67% in 2010 naar 1,56% in 2023).
In België steeg de prevalentie van het gebruik van ADHD-medicatie van 0,21% in 2015 naar 0,37% in 2022.
In Duitsland nam de prevalentie licht toe van 0,14% naar 0,16% in 2012, “daalde vervolgens tot 0,14% in 2017, en steeg daarna aanzienlijk tot 0,23% in 2022”, noteren de auteurs. In Spanje steeg de prevalentie van 0,26% in 2010 tot 0,42% in 2015, waarna ze stabiliseerde.
Methylfenidaat was het meest gebruikte ADHD-medicijn in de vijf landen, gevolgd door lisdexamfetamine in Duitsland, Spanje en het Verenigd Koninkrijk. Het gebruik van guanfacine en lisdexamfetamine nam in alle landen gestaag toe sinds hun introductie op de markt. Het gebruik van atomoxetine nam toe in Nederland, Spanje en het VK, daalde licht in Duitsland en bleef stabiel in België.
"Onze resultaten leveren waardevolle informatie op over de gebruikspatronen van deze medicijnen en kunnen helpen bij het toewijzen van middelen in de gezondheidszorg, om proactieve planning te ondersteunen en mogelijke tekorten te beperken," concluderen de auteurs.
"Toekomstig onderzoek zou zich moeten richten op de evaluatie van de veiligheid en effectiviteit van ADHD-medicatie, vooral bij volwassenen en bij personen met psychiatrische comorbiditeit of die andere medicatie gebruiken."