Mag geneeskundestudent als jobstudent medische handelingen doen?
Volksvertegenwoordiger Nathalie Muylle (cd&v) vroeg minister Vandenbroucke waarom geneeskundestudenten als jobstudent geen medische handelingen mogen uitvoeren. Is dat geen inconsequentie in tijden van personeelstekorten in de zorg?
Herman Nys, em. prof. medisch recht KU Leuven
"Wij hebben vandaag alle handen en medische expertise aan het bed nodig", aldus Muylle. Zij wees erop dat geneeskundestudenten tijdens hun opleiding de kans krijgen om, onder toezicht, tal van medische handelingen aan te leren en uit te voeren, van bloedafnames tot het plaatsen van sondes of het afnemen van een elektrocardiografie (ECG).
"Deze taken maken integraal deel uit van hun stage en dragen bij aan hun professionele vorming. We mogen stellen dat studenten na x-aantal jaren en stages een bepaald medisch niveau bereikt hebben."
Een student die op vrijdag tijdens zijn stage nog bloed mag afnemen, mag dat op maandag als jobstudent plots niet meer.
Wel medische handelingen tijdens de stage, niet als jobstudent
Net daarom noemt Muyle het merkwaardig dat studenten die deze handelingen tijdens stages wel mogen uitvoeren, dit in geen enkel geval mogen doen wanneer zij enkele maanden, weken of dagen later een vakantiejob in pakweg hetzelfde ziekenhuis uitvoeren. "Dit strikte onderscheid leidt in de praktijk tot absurde gevolgen. Een student die op vrijdag tijdens zijn stage nog bloed mag afnemen, mag dat op maandag als jobstudent plots niet meer."
Daaruit vloeiden twee vragen voort aan de minister: Erkent u deze inconsequentie? Bent u bereid te onderzoeken of er een wettelijk kader kan worden voorzien zodat studenten, mits voldoende opleiding/supervisie, ook tijdens een studentenjob bepaalde medische handelingen kunnen uitvoeren?
Geen aanpassing WUG in het vooruitzicht
De minister benadrukte dat voor uitoefening van een gezondheidszorgberoep een visum vereist is dat uitgereikt wordt door de bevoegde overheid (artikel 10 Zorgkwaliteitswet). Dit is een internationaal toegepaste vereiste (licence to practise, autorisation à pratiquer, enz.) omwille van het algemeen belang: het garanderen van de kwaliteit en veiligheid voor de bevolking.
Er moet evenwel ook rekening gehouden worden met de leercurve, aldus Vandenbroucke. Studenten die nog geen diploma of visum hebben kunnen onder heel strikte voorwaarden afgelijnde activiteiten uitoefenen binnen het kader van hun opleiding. Het gaat om uitzonderingen voor studenten van meerdere richtingen: geneeskunde, maar ook kinesitherapie, paramedische beroepen enz. (artikel 124 WUG).
De beperking tot de opleidingscontext is belangrijk omdat er afspraken gemaakt kunnen worden tussen de onderwijsinstelling en de (stage)plaats waar de student praktische ervaring opdoet. De fase van het onderwijstraject en de reeds behaalde competenties worden zo objectief en transparant gecommuniceerd.
Risico's van 'zelfdeclaratie van bekwaamheid' worden zo vermeden. Naast kwaliteit en veiligheid voor de patiënten, zijn er uiteraard ook belangrijke aansprakelijkheidsoverwegingen te maken, zowel voor de student als voor de verantwoordelijken waar de activiteiten plaatsvinden, concludeerde Vandenbroucke.