Wallonië brengt PFAS-concentraties in kaart
Inwoners van de Waalse regio's Chièvres, Ronquières, Nandrin en Florennes hebben significant hogere PFAS-concentraties in hun bloed dan de algemene bevolking. Dat blijkt uit een grootschalig onderzoek in opdracht van de Waalse overheid.

Het onderzoek werd uitgevoerd door het Institut Scientifique de Service Public (ISSeP). Bij 1.600 deelnemers werden de concentraties van zes vaak aangetroffen types PFAS (PFOA, PFOS, PFHxS, PFNA, PFHpS en PFDA) en andere toxische stoffen in het bloed gemeten. Via vragenlijsten die polsen naar levensstijl, voeding en leefomgeving werden de bronnen van PFAS-vervuiling in kaart gebracht.
De resultaten wijzen op verschillende belangrijke bepalende factoren. Zo beïnvloeden leeftijd en geslacht de blootstellingsniveaus, waarbij oudere mensen en mannen over het algemeen hogere concentraties vertonen. Ook de woonplaats en de duur van de blootstelling spelen een rol: bewoners die langer dan tien jaar in de getroffen gebieden wonen, hebben hogere concentraties.
Het drinken van kraanwater blijkt een belangrijke bepalende factor te zijn, net als de consumptie van eieren van lokale boerderijen en van schaal- en schelpdieren. De impact van bepaalde producten die PFAS bevatten (textiel, cosmetica, hygiëneproducten) lijkt beperkter.
Richtlijnen voor artsen
Het AVIQ, de Waalse tegenhanger van het Departement Zorg, heeft ook richtlijnen voor artsen bekendgemaakt. Deze komen grotendeels overeen met de aanbevelingen van het Departement Zorg.
Bij overschrijding van de Human Biomonitoring HBM II-waarden voor PFOA en PFOS worden een lipidenprofiel, schildklierfunctiecontrole en leverfunctiecontrole aanbevolen. Zwangere vrouwen vereisen specifieke monitoring vanwege risico's voor de foetale ontwikkeling. Bij zeer hoge blootstellingen (>20 µg/l voor alle PFAS samen) worden urineonderzoeken en screening op nier- en immuunstoornissen aanbevolen.
Monitoring van de vruchtbaarheid en het lipidenmetabolisme kan worden overwogen voor personen met een hoge blootstelling.
Voor zware metalen varieert de monitoring afhankelijk van het betreffende chemische element. Een loodgehalte in het bloed boven 25 µg/l vereist jaarlijkse monitoring; vanaf 50 µg/l wordt monitoring om de zes maanden en een omgevingsbeoordeling aanbevolen. Bij hoge cadmiumwaarden in de urine wordt monitoring van de nieren en botten, evenals het beperken van blootstellingsbronnen aanbevolen. Hoge concentraties kwik in bloed of urine zijn reden voor neurologische en niermonitoring, met name bij gevoelige groepen (kinderen, zwangere vrouwen).
Wat arseen betreft, vereist een significante overschrijding het identificeren van voedingsbronnen en het verminderen van de blootstelling, met name via drinkwater en granen die rijk zijn aan anorganisch arseen.
Gezondheidsreferentiewaarden
Bij de beoordeling van de concentraties van PFAS en andere potentieel schadelijke stoffen werden Humane BioMonitoring drempelwaarden (HBM) gehanteerd. Bij concentraties onder HBM-I is er geen verhoogde kans op nadelige gezondheidseffecten. Bij waarden tussen HBM-I en HBM-II is een verhoogde kans op nadelige gezondheidseffecten niet uit te sluiten, en bij waarden boven HBM-II zijn nadelige gezondheidseffecten op lange termijn mogelijk.
Voor bepaalde PFAS bestaan er nog geen HBM-richtwaarden, wel voor polychloorbifenylen (PCB) en bepaalde zware metalen. Experts van de Waalse Conseil scientifique indépendant PFAS verwijzen naar de referentiewaarden van de Amerikaanse National Academy of Sciences (NAS) voor de totale PFAS-concentratie. Voor arseen en selenium wordt de Biomonitoring Equivalent (BE) referentiewaarde gebruikt.