ESC-richtlijnen voor cardiale revalidatie: goed voor hart, lichaam en hersenen
ESC-CONGRES De richtlijnen van de ESC voor cardiale revalidatie van patiënten met een acuut coronair syndroom, hartfalen of kleplijden zijn op verschillende plaatsen gepubliceerd. Prof. M. Bäck (Zweden), directrice van de werkgroep: “Gezien het stijgende aantal patiënten met een chronische hart- en vaataandoening is een uniek, op de patiënt gecentreerd document(1) nodig om een goede, evidentiegebaseerde cardiale revalidatie op te starten die toegankelijk is voor iedereen.” Prof. Pieter Martens (ZOL Genk) is coauteur.

Cardiale revalidatie is een van de doeltreffendste behandelingen in de cardiologie in aanvulling op medicatie en chirurgie. En toch wordt cardiale revalidatie onvoldoende toegepast zowel in Europa als elders. Een eerste boodschap van de patiënten die hebben deelgenomen aan de studies, is dat effectieve cardiale revalidatie niet beperkt mag blijven tot gewone fysieke training, maar moet worden gezien als een multimodale interventie: oefeningen, aanpak van de risicofactoren, een aanpassing van de behandeling, dieetadviezen en de patiënten helpen hun autonomie, lichamelijk en geestelijk welzijn en levenskwaliteit te verbeteren. De cardiale revalidatie moet snel worden opgestart en moet op lange termijn worden voortgezet. 
Bredere indicaties
Cardiale revalidatie wordt vaak voorgeschreven na een acuut coronair syndroom (klasse IA-richtlijn) en hartfalen, maar kan in feite essentieel zijn in allerhande situaties zoals hartfalen (met gewijzigde of gevrijwaarde ejectiefractie), aangeboren hartziektes, atriumfibrillatie na ablatie, interventies zoals vervanging van een aortaklep (TAVI), plaatsing van een pacemaker en zelfs bij kankerpatiënten die worden behandeld met cardiotoxische geneesmiddelen. Fragiliteit, een hoge leeftijd en comorbiditeiten zijn geen contra-indicaties voor cardiale revalidatie.
Gepersonaliseerde revalidatie
Een volledige evaluatie van de patiënt is nodig om de cardiale revalidatie aan te passen aan de medische, functionele en psychosociale noden en de levenswijze van de patiënt. De ene patiënt zal liever weer gaan fietsen, een andere zal een sportiever programma met spierversterkende oefeningen en uithoudingstraining verkiezen. Je moet de intensiteit en de duur van het programma bij elke patiënt afzonderlijk aanpassen. Je moet daarbij op de lange termijn mikken en de vooruitgang meten (horloge, zesminutenstaptest, ...).
Cardiale revalidatie is ook een bevoorrecht moment om de behandeling en de therapietrouw te evalueren, bijwerkingen op te sporen, voedingsadviezen te geven, fragiliteit en mentale problemen (angst, depressie) op te sporen en te spreken over seksualiteit en werkhervatting.
Telegeneeskunde en digitale tools
De richtlijnen erkennen de toegevoegde waarde van telegeneeskunde en digitale tools zoals draagbare sensoren, apps voor smartphone en op AI gebaseerde systemen om de therapietrouw van de patiënten te verbeteren en cardiale problemen snel te detecteren. Ze lenen zich met name bijzonder goed om geïsoleerde patiënten te bereiken die geen zin hebben zich te verplaatsen. Dat betekent daarom nog niet dat cardiale revalidatie virtueel wordt. De initiële evaluatie en de beschrijving en het opstarten van het programma gebeuren het best op spreekuur.
Te onthouden
Cardiale revalidatie is meer dan gewoon wat fysieke oefeningen, maar is een holistische benadering van de patiënt en een onderdeel van de behandeling, dat helaas onvoldoende wordt toegepast hoewel de heilzame effecten ervan ruimschoots bewezen zijn.
Referentie:
1. Bäck M, et al. 2026 ESC Guidelines for cardiac rehabilitation. Eur Heart J 2026. doi:10.1093/eurheartj/ehag099