Oncologie

KCE: "Uitbreiding van borstkankerscreening niet aanbevolen"

Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) raadt af om het georganiseerde bevolkingsonderzoek naar borstkanker uit te breiden naar jongere of oudere vrouwen, de screeningsfrequentie te verhogen of systematisch een echografie aan de mammografie toe te voegen.

Nicolas de Pape - 9 juli 2026

Volgens het KCE leveren deze strategieën slechts een beperkte gezondheidswinst op, terwijl ze gepaard gaan met meer vals-positieve resultaten, overdiagnoses, een onzekere kosteneffectiviteit en een grotere druk op de gezondheidszorg.

Het KCE benadrukt dat het doel niet is om vrouwen te ontmoedigen zich te laten screenen, maar wel om hen in staat te stellen een weloverwogen keuze te maken op basis van volledige, evenwichtige en transparante informatie.

Georganiseerde borstkankerscreening vermindert waarschijnlijk de sterfte aan borstkanker, maar het effect blijft beperkt. Hoe kan die nuance aan het publiek worden uitgelegd zonder deelname aan de screening te ontmoedigen?

Het KCE-team: "Het primaire doel van het rapport is niet om deelname aan de screening aan te moedigen of te ontmoedigen, maar om correcte informatie te geven over de voor- en nadelen ervan."

"Georganiseerde borstkankerscreening vermindert de sterfte aan borstkanker bij vrouwen van 50 tot 69 jaar. Maar dat voordeel blijft beperkt en moet worden afgewogen tegen mogelijke nadelen van screening. Om deze afweging concreet te maken, ontwikkelde het KCE een grafische voorstelling op basis van 10.000 vrouwen die deelnemen aan het screeningsprogramma. Die brengt zowel de voordelen als de mogelijke nadelen in beeld."

"Op korte termijn is er vooral het risico op vals-positieve resultaten: bij 255 van de 10.000 deelneemsters leidt een screeningsonderzoek tot een afwijkende bevinding die achteraf geen kanker blijkt te zijn. Dat kan bijkomende onderzoeken en ongerustheid veroorzaken. Een ander nadeel is overdiagnose. Bij 19 van de 10.000 deelneemsters wordt een kanker opgespoord die zonder screening waarschijnlijk nooit klachten zou hebben veroorzaakt of hun levensverwachting zou hebben beïnvloed."

"Daartegenover staat dat het screeningsprogramma op langere termijn (na 13 jaar) naar schatting 1 tot 3 sterfgevallen door borstkanker per 10.000 deelneemsters heeft helpen voorkomen."

"Deze cijfers zijn bedoeld om vrouwen evenwichtige informatie te geven over de mogelijke voordelen en nadelen van screening. De grafische voorstelling kan artsen ondersteunen in het gesprek met hun patiënten en helpen om samen een beslissing te nemen die aansluit bij de waarden en voorkeuren van elke vrouw."

"Het KCE beveelt daarom aan om op basis van deze figuur een beslissingshulp te ontwikkelen en die toe te voegen aan de uitnodigingsbrief voor het bevolkingsonderzoek. Daarnaast pleit het expertisecentrum ervoor om zorgverleners beter te informeren over de effecten en beperkingen van borstkankerscreening."

Figuur borstkankeronderzoek

Het rapport laat een daling zien van de sterfte aan borstkanker, maar niet van de totale sterfte: wat verandert dit aan de daadwerkelijke beoordeling van het voordeel van screening?

"In gerandomiseerde studies naar de doeltreffendheid van screening wordt de sterfte aan borstkanker meestal als belangrijkste eindpunt gebruikt. Het doel van screening is immers om vroegtijdige overlijdens door deze ziekte te voorkomen. Deze indicator gaat er echter van uit dat de doodsoorzaak correct wordt vastgesteld. Verschillende studies hebben die veronderstelling in vraag gesteld, omdat overlijdensakten niet altijd volledig betrouwbaar zijn en omdat factoren de toewijzing van de doodsoorzaak kunnen beïnvloeden."

"Daarnaast houdt de specifieke sterfte aan borstkanker geen rekening met mogelijke negatieve gevolgen van het screeningsprogramma zelf. Zo worden bijvoorbeeld overlijdens door complicaties van behandelingen, zoals een operatie, niet meegenomen. Ook indirecte gevolgen van een kankerdiagnose, zoals een verhoogd risico op hart- en vaatziekten of psychologische gevolgen, blijven buiten beeld."

"De totale sterfte omvat daarentegen alle overlijdens, ongeacht de oorzaak. Deze maatstaf is niet afhankelijk van de correcte registratie van een specifieke doodsoorzaak en houdt rekening met zowel de verwachte als onverwachte gevolgen van screening en de daaropvolgende behandelingen. Daarom wordt totale sterfte beschouwd als een meer objectieve indicator om de globale impact van een screeningsprogramma te beoordelen."

"In het rapport presenteert we daarom de resultaten voor beide uitkomstmaten: zowel de specifieke sterfte aan borstkanker als de totale sterfte."

Overdiagnose blijkt een van de belangrijkste ongewenste effecten van screening te zijn: hoe kunnen vrouwen beter worden geïnformeerd zonder verwarring of onnodige angst te veroorzaken?

"Overdiagnose is inderdaad een van de belangrijkste mogelijke nadelen van borstkankerscreening. Het is dus belangrijk om vrouwen hierover correct te informeren, niet om hen af te schrikken, maar om hen een evenwichtig beeld te geven van zowel de voordelen als de beperkingen van screening. Zo kunnen zij een geïnformeerde keuze maken."

"Het is daarnaast belangrijk te onthouden dat overdiagnose niet hetzelfde is als een vals-positieve uitslag. Bij overdiagnose is er wel degelijk sprake van kanker, maar het gaat om een tumor die tijdens het leven van de vrouw nooit klachten zou hebben veroorzaakt of haar gezondheid zou hebben bedreigd. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn bij tumoren die zeer traag groeien, niet verder evolueren of zelfs spontaan verminderen."

"Overdiagnose kan echter niet bij een individuele vrouw worden vastgesteld. Het kan alleen op bevolkingsniveau worden ingeschat, op basis van langdurige opvolging van grote groepen vrouwen. Voor een individuele patiënt blijft het daarom onmogelijk om te weten of een ontdekte kanker zonder screening onopgemerkt zou zijn gebleven."

"Om die reden worden deze kankers vandaag op dezelfde manier behandeld als andere borstkankers, ook al is achteraf niet altijd duidelijk of behandeling noodzakelijk was."

Het KCE is van mening dat de kosteneffectiviteit van het huidige programma onzeker is, of zelfs betwistbaar, afhankelijk van de gehanteerde aannames: moet het programma worden herzien of gewoon beter worden afgestemd?

"Uit onze economische analyse blijkt dat de kosteneffectiviteit van het huidige georganiseerde borstkankerscreeningsprogramma vragen oproept. Ze is alleen duidelijk aantoonbaar wanneer wordt uitgegaan van zeer optimistische, en soms zelfs onrealistische, aannames. Dat neemt echter niet weg dat er bij vrouwen van 50 tot 69 jaar een klinisch voordeel van screening wordt vastgesteld."

"Daarnaast moeten we rekening houden met het feit dat het screeningsprogramma vandaag al bestaat. Er is een belangrijk verschil tussen het stopzetten van een bestaand programma wegens onzekerheid over de resultaten en het afraden van de invoering van een dergelijk programma op basis van onzekere gegevens."

"Een stopzetting zou er bovendien toe kunnen leiden dat vrouwen die zich toch willen laten screenen, vaker hun toevlucht nemen tot opportunistische screening. De bestaande onzekerheid pleit daarom voor voorzichtigheid en voor het behoud van de huidige situatie."

"Wat betreft een uitbreiding naar andere leeftijdsgroepen, een verhoging van de screeningsfrequentie of het systematisch toevoegen van echografie aan mammografie, tonen onze analyses duidelijk aan dat dergelijke aanpassingen de kosteneffectiviteit van het programma zouden verminderen. Daarom bevelen wij uitdrukkelijk aan om de georganiseerde borstkankerscreening niet uit te breiden."

Drie gewesten, één programma, zeer uiteenlopende deelname

De deelnamecijfers aan de georganiseerde screening variëren sterk tussen Vlaanderen, Brussel en Wallonië. Kunnen we nog spreken van een coherent Belgisch programma?

"Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen de organisatie van het programma en de deelname van de bevolking. Het georganiseerde screeningsprogramma is in de drie gewesten gebaseerd op vergelijkbare principes: dezelfde leeftijdscriteria, dezelfde screeningsfrequentie, dezelfde kwaliteitseisen en dezelfde doelstellingen op het vlak van volksgezondheid."

"De verschillen die we vaststellen hebben dus vooral betrekking op de deelname van vrouwen aan het programma, en niet op de organisatie van de screening zelf."

"We hebben ook onderzocht welke impact een hogere of lagere deelname heeft via verschillende scenarioanalyses. Daaruit blijkt dat een lage deelname (<30%) de kosteneffectiviteit van het programma verslechtert. Met andere woorden: de investering die nodig is om één extra gezond levensjaar te winnen, ligt dan hoger. Bij een deelnamegraad boven 40% blijft de kosteneffectiviteit nog verbeteren, maar slechts in beperkte mate."

Het uitbreiden van de screening naar jongere of oudere vrouwen lijkt de verhouding tussen baten en risico’s te verslechteren. Waarom blijft deze optie dan toch regelmatig op tafel liggen?

"Deze vraag komt regelmatig terug omdat borstkanker de belangrijkste oorzaak is van vroegtijdige sterfte door kanker bij vrouwen. In ons land overlijden jaarlijks ongeveer 2.000 vrouwen aan de ziekte. Bijna de helft van de gevallen (44,9%) wordt vastgesteld bij vrouwen tussen 50 en 69 jaar."

"Het is dan ook begrijpelijk dat een specialist die wordt geconfronteerd met een jongere of oudere patiënte bij wie een tumor in een vergevorderd stadium wordt ontdekt, zich afvraagt of screening eerder een meerwaarde had kunnen bieden."

"Daarnaast pleiten sommige internationale, vooral Europese, aanbevelingen voor een uitbreiding van de screening naar andere leeftijdsgroepen. Daarbij werd echter niet altijd de kosteneffectiviteit van een dergelijke uitbreiding onderzocht, terwijl dit volgens de WHO een belangrijke voorwaarde is voor de invoering van een screeningsprogramma."

"Het was daarom onze opdracht om deze vraag opnieuw te beoordelen op basis van de best beschikbare wetenschappelijke gegevens, waarbij we waar mogelijk gebruik hebben gemaakt van Belgische data."

Opportunistisch of georganiseerd: de kwaliteit van de screening ter discussie

Opportunistische screening, die vaak gepaard gaat met echografie, valt minder onder de kwaliteitscontrole van het georganiseerde programma. Moet deze beter worden begeleid, of zelfs worden ontmoedigd bij vrouwen zonder verhoogd risico?

"Hierbij moeten verschillende aspecten van elkaar worden onderscheiden. Wat echografie betreft, tonen de beschikbare wetenschappelijke gegevens niet aan dat een systematische toevoeging van echografie aan mammografie de sterfte aan borstkanker vermindert bij vrouwen zonder verhoogd risico. Wel leidt deze aanpak tot meer vals-positieve resultaten en bijkomende onderzoeken. Daarom beveelt het KCE het systematisch gebruik van echografie als onderdeel van de screening niet aan."

"Wat opportunistische screening via mammografie betreft, kon onze studie de omvang ervan niet nauwkeurig in kaart brengen. De huidige nomenclatuurcodes maken immers geen onderscheid tussen mammografieën die in het kader van screening worden uitgevoerd en mammografieën die om diagnostische redenen gebeuren. Het KCE beveelt daarom aan om de codering te verbeteren, zodat dit fenomeen beter kan worden opgevolgd en geëvalueerd."

"Tot slot blijft screening een individuele keuze. Wanneer een vrouw ervoor kiest om zich te laten screenen, gebeurt dit bij voorkeur binnen het georganiseerde programma. Dat biedt kwaliteitsgaranties, onder meer dankzij de dubbele beoordeling van de beelden, en voorkomt kosten voor de patiënte."

Wat u moet onthouden

Het KCE beveelt niet aan om de georganiseerde borstkankerscreening uit te breiden naar jongere of oudere vrouwen, de screeningsfrequentie te verhogen of systematisch echografie toe te voegen aan de mammografie. Kortom: vaker screenen betekent niet noodzakelijkerwijs beter screenen.

Het huidige programma, dat om de twee jaar wordt aangeboden aan vrouwen van 50 tot 69 jaar, vermindert waarschijnlijk de sterfte aan borstkanker, maar het absolute voordeel blijft beperkt. Per 10.000 gescreende vrouwen zouden op lange termijn naar schatting 1 tot 3 sterfgevallen worden voorkomen. Tegelijk krijgen 255 vrouwen een vals-positieve uitslag en worden bij 19 vrouwen overdiagnoses vastgesteld.

Overdiagnose vormt daarbij een belangrijk aandachtspunt. Het gaat om een kanker die wel degelijk aanwezig is, maar die tijdens het leven van de vrouw waarschijnlijk nooit klachten zou hebben veroorzaakt of haar gezondheid zou hebben bedreigd. Omdat niet kan worden bepaald welke individuele gevallen tot deze categorie behoren, worden deze kankers doorgaans op dezelfde manier behandeld als andere borstkankers.

De kosteneffectiviteit van het huidige programma blijft onzeker. Die onzekerheid is volgens het KCE geen reden om de georganiseerde screening stop te zetten, maar vormt wel een argument tegen een uitbreiding ervan. Het expertisecentrum pleit daarom voor evenwichtige informatie, zodat vrouwen een geïnformeerde keuze kunnen maken over deelname aan screening.

Lees hier het volledige rapport: Luyten Janis, Neyt Mattias, Camberlin Cécile, Primus-de Jong Célia, Van Deynse Helena, Leroy Roos. Borstkankerscreening in België. Health Technology Assessment (HTA). Brussels . Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE). 2026. KCE Reports 423AS. DOI: 10.57598/R423AS.

Wat heb je nodig

Krijg GRATIS toegang tot het artikel
of
Proef ons gratis!Word één maand gratis premium partner en ontdek alle unieke voordelen die wij u te bieden hebben.
  • wekelijkse newsletter met nieuws uit uw vakbranche
  • digitale toegang tot 35 vakbladen en financiële sectoroverzichten
  • uw bedrijfsnieuws op een selectie van vakwebsites
  • maximale zichtbaarheid voor uw bedrijf
Heeft u al een abonnement? 

Deel je (nieuws)verhaal

Heb je nieuws dat relevant is voor onze redactie? Deel het met ons via het meldformulier.

Nieuws melden
Print Magazine

Recente Editie
09 juli 2026

Nu lezen

Ontdek de nieuwste editie van ons magazine, boordevol inspirerende artikelen, diepgaande inzichten en prachtige visuals. Laat je meenemen op een reis door de meest actuele onderwerpen en verhalen die je niet wilt missen.

In dit magazine