Eén op 13 baby’s krijgt refluxmedicatie tijdens eerste levensjaar
Ongeveer één op de dertien baby’s in ons land krijgt tijdens het eerste levensjaar minstens één keer refluxmedicatie voorgeschreven. Hoewel het gebruik de voorbije jaren licht is gedaald, blijft het aantal behandelingen hoog in vergelijking met andere Europese landen. Dat blijkt uit een recente studie van de Onafhankelijke Ziekenfondsen, die pleiten voor een kritischer gebruik van deze middelen en betere informatie voor ouders.

Gastro-oesofageale reflux, het terugstromen van melk of maaginhoud naar de slokdarm, komt voor bij ongeveer de helft van de baby's jonger dan drie maanden. Meestal verdwijnt reflux spontaan tegen de leeftijd van één jaar. Alleen wanneer reflux ernstige of aanhoudende klachten veroorzaakt, kan verdere evaluatie en eventueel een behandeling met medicatie, zoals protonpompinhibitoren (PPI's), aangewezen zijn.
Uit de analyse van de Onafhankelijke Ziekenfondsen, met onder meer gegevens van Helan in Vlaanderen, blijkt dat 7,1% van de baby’s in 2024 tijdens het eerste levensjaar refluxmedicatie kreeg. Dat komt neer op ongeveer één op de dertien kinderen. In 2016 lag dat aandeel nog op 7,6%.
Het Belgische gebruik ligt daarmee opvallend hoger dan in verschillende andere Europese landen. In Noorwegen kreeg bijvoorbeeld slechts 1,1% van de pasgeborenen refluxmedicatie tijdens de eerste elf levensmaanden. Ook het aantal afleveringen ligt in België hoger: 178 afleveringen per 1.000 pasgeborenen, tegenover 46,6 voorschriften per 1.000 pasgeborenen in Denemarken en 18,9 in Zweden, aldus de Onafhankelijke Ziekenfondsen.
Mogelijke risico’s bij langdurig gebruik
PPI’s zijn doorgaans veilige geneesmiddelen, maar langdurig gebruik kan volgens de Onafhankelijke Ziekenfondsen het risico verhogen op onder meer maag-darminfecties, allergische reacties en astma. Daarnaast kunnen ze het evenwicht van de darmflora verstoren.
“Dat één op de dertien baby’s refluxmedicatie krijgt tijdens het eerste levensjaar, vaak voor meerdere maanden, en dat er sterke variaties zijn in het gebruik, toont ons dat het belangrijk is om deze thematiek op te volgen”, zegt Wies Kestens, expert bij de Onafhankelijke Ziekenfondsen. “Zeker omdat onnodige en lange behandelingen het risico op bijwerkingen verhogen.”
Grote regionale verschillen
De studie brengt ook grote verschillen binnen België aan het licht. In Wallonië krijgt 13% van de baby’s minstens één keer refluxmedicatie tijdens het eerste levensjaar. In Vlaanderen en Brussel ligt dat aandeel rond 4%.
Ook volgens geslacht en sociaaleconomische situatie zijn er verschillen. Jongens krijgen vaker refluxmedicatie dan meisjes: 8% tegenover 6,2%. Daarnaast krijgen baby’s uit gezinnen zonder verhoogde tegemoetkoming (VT) vaker medicatie voorgeschreven dan kinderen uit gezinnen met een VT (7,3% tegenover 5,3%).
De Onafhankelijke Ziekenfondsen vragen op basis van de resultaten om ouders beter te informeren over het doorgaans spontane verloop van reflux, en om medicamenteuze behandelingen bij jonge kinderen regelmatig te herevalueren. “Een zorgvuldige evaluatie van de klachten blijft essentieel om onnodige medicatie bij jonge kinderen te vermijden”, klinkt het.